Het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) is, simpel gezegd, het systeem dat opsporingsdiensten voorziet van klantgegevens van telecom operators en internet providers. Uit de documenten bleek dat er in 2008 meer dan 2,8 miljoen bevragingen plaatsvonden en dat we soms moeten vertrouwen op de integriteit van de ambtenaar. En, wat niemand opmerkte: de opgestelde jaarverslagen bleken incompleet.
Om te zien of de situatie in 2009 verbeterd is, volgde een nieuw verzoek.
De volgende documenten kwamen beschikbaar:
Verzoeker: Rejo Zenger, beslissingsdatum: 24 februari 2010.
Hoe moet ik deze cijfers interpreteren?
Betekent dit dat een korps als Rotterdam Rijnmond per dag 537 (196.218/365) aanvragen van persoonsgegevens doet? of van 537 mensen?
Dit lijkt me toch fysiek onmogelijk? Hoe gaat dit in de praktijk in zijn werk?
Het zijn 196.218 “informatieverzoeken”. Zo’n “informatieverzoek” is een synoniem voor de term “bevraging”. Zo’n bevraging gaat over een (1) identificerend gegeven (zoals een IP of een MAC adres of het nummer van een mobiele telefoon) met een naam, adres, woonplaats, en netwerk- en dienstaanbieder als antwoord of een (1) postcode en huisnummer met als antwoord de identificerende gegevens, naam, adres, woonplaats, en netwerk- en dienstaanbieders.
Heel erg versimpeld: het komt er dus op neer dat de politeregio Rotterdam-Rijnmond elke dag de persoonsgegevens achter 537 telefoonnummers of IP adressen opzoekt.
En ja, dat kost tijd.