TROMSO – 18 juni 2009 – Gisteren ondertekenden twaalf landen een verdrag van de Raad van Europa op een top van justitieministers in het Noorse Tromso. De overeenkomst moet burgers het recht geven om toegang te krijgen tot overheidsinformatie iets wat in ons land in de Wet openbaarheid van bestuur(Wob) is geregeld. Minister Ernst Hirsch Ballin tekende de overeenkomst niet. Experts reageren verbaasd.
Voorzitterschap
Ons land heeft bij de totstandkoming van het verdrag een sleutelrol gespeeld, omdat ons land voorzitter van de werkgroep was die de tekst
heeft opgesteld. Daarin zijn kenmerken van de Nederlandse Wob te vinden. Zo moet op tijd worden geantwoord, is het mogelijk bezwaar tegen niet
antwoorden te maken en is informatie tussen staatshoofden of over het koningshuis uitgezonderd.
Van de landen die gisteren de conventie niet ondertekenden waren naast Nederland ook het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Denemarken bij de
totstandkoming van het verdrag. “Zij maakten er een punt van dat de tekst zo goed mogelijk aansluit bij bestaande wetgeving”, vertelt Helen
Darbishire, betrokken bij het verdrag namens de burgerrechtenbeweging Access Info.
Opvallend aan het Nederlandse voorzitterschap was volgens Darbishire dat er werd ingestoken op een verdrag dat veel verder zou gaan. Om de kans
op brede ondersteuning zo groot mogelijk te maken, werd uiteindelijk besloten de lat niet te hoog te leggen. Daardoor zouden vooral de
Zuid-Europese landen gemakkelijk kunnen meedoen. In Frankrijk, Italië en Spanje is de Wob alleen op papier aanwezig. Geen van die landen heeft
het verdrag ondertekend.
Onduidelijk profiel
Voor Darbishire kwam het niet tekenen dan ook als donderslag bij heldere hemel. “Het staat gênant en geeft geen duidelijk signaal af”, zegt ze.
“Aan een kant is Nederland heel voortvarend, maar aan de andere kant wordt een voorstel van Ierland om overleg tussen staatshoofden aan
publieke controle te onttrekken gesteund.”
Volgens Wob-expert Roger Vleugels is Nederland de laatste jaren een andere koers gaan varen, waardoor het land minder duidelijk kleur
bekent. “We horen tot de landen die eerder met openbaarheid van bestuur begonnen dan onze omringende landen. Tijdens het voorzitterschap in
aanloop naar dit verdrag begon Nederland heel voortvarend”, vertelt hij. “Een paar jaar geleden nam ons land een afwachtende houding aan. Op eens
waren we niet meer initiërend of actief.”
Vleugels benadrukt dat de gevolgen van deze conventie, maar weinig in de praktijk zal veranderen. “Het maakt regelgeving over openbaarheid vooral
sterker. Het zal niet leiden tot drastische verandering”, denkt hij. “Het is daarom des te opvallender dat we niet getekend hebben.”
Toch tekenen
Volgens het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dat voor openbaarheid van bestuur verantwoordelijk is, betekent het niet
tekenen van het verdrag niet dat ons land niet mee doet. “Het moet nog door de ministerraad worden behandeld”, vertelt Frank Wassenaar in een
reactie.
Het plan is wel om mee te doen en meteen met de behandeling de nodige wetwijzigingen door te voeren. Dat dit nog niet gebeurt is, heeft
volgens Wassenaar vooral te maken met het doorlopen van de ambtelijke molen en niet zozeer met eventuele problemen. “Als het de ministerraad
zich heeft uitgesproken, buigen de Eerste en Tweede Kamer zich over de wetsvoorstellen en het ratificeren van het verdrag.”
Op dit moment hebben België, Estland, Finland, Georgië, Hongarije, Litouwen, Macedonië, Montenegro, Noorwegen, Servië, Slovenië en Zweden
het verdrag ondertekend. Wanneer 10 landen de conventie ratificeren wordt het geldend recht. In ieder geval vijf andere landen hebben
aangegeven plannen te hebben het verdrag later dit jaar te ondertekenen.
Pingback: Kamervragen: Waarom tekent Nederland het Wob-verdrag niet? – Bigwobber: wie vraagt, krijgt meer